Open brief aan Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez

30% minder voor cultuur en bibliotheken
Brusselse schepenen trekken aan de alarmbel
Geachte minister,
Wie vandaag een Nederlandstalige bibliotheek binnenloopt in één van de Brusselse gemeentes, ziet kleuters die komen luisteren naar een verhaal, ouders die samen met hun kind een eerste boekje uitkiezen, en volwassenen die aan conversatietafels hun Nederlands oefenen. In dezelfde gemeenten organiseren cultuurmedewerkers kinderateliers, voorstellingen en activiteiten in de wijken, samen met scholen, verenigingen en gemeenschapscentra.
Net nu de Vlaamse regering terecht van taalkennis en geletterdheid een prioriteit maakt, en steeds meer ouders hun kinderen in een Nederlandstalige school in Brussel willen inschrijven, vernemen wij dat ze 30% wil besparen op het lokaal cultuurbeleid en de bibliotheken in Brussel. Het zijn precies deze plekken die de Nederlandstalige gemeenschap in Brussel samenhouden en het Nederlands in de hoofdstad nieuwe sprekers geven.
Sinds 2001 is het Nederlandstalig lokaal cultuurbeleid in Brussel toevertrouwd aan de schepenen van Nederlandstalige cultuur. Vlaanderen wilde de gemeentebesturen responsabiliseren en ondersteunen om in elke Brusselse gemeente een laagdrempelig en emancipatorisch aanbod uit te bouwen, dat het Nederlands een plek geeft in het dagelijkse leven van de stad.
Voor Nederlandstalige Brusselaars betekent dat een bib en een cultuuraanbod in hun eigen taal, dicht bij huis. Voor vele anderen is het een kans om het Nederlands te leren, te oefenen en te gebruiken, met alles wat dat betekent voor hun kansen op school, op het werk en in de samenleving. Onze gemeenten hebben die opdracht ernstig genomen en hebben zelf ook fors geïnvesteerd in bibliotheken, infrastructuur en personeel. Zo schrijven Vlaanderen en de gemeenten al vijfentwintig jaar lang samen een Brussels succesverhaal.
Onze bibliotheken vormen de ruggengraat van dat verhaal. De Vlaamse decreten erkennen ze als basisvoorziening, een publieke dienst die elke burger nodig heeft om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Ze garanderen iedereen vrije, gelijke en betaalbare toegang tot kennis, cultuur en informatie, ongeacht inkomen, achtergrond of digitale vaardigheden. Ze bieden objectieve en onafhankelijke informatie, wat in tijden van desinformatie geen detail is.
Ook de timing van deze besparing is onbegrijpelijk. Na een participatief traject maakten onze gemeenten hun nieuwe meerjarenplannen op, met voor het eerst ook de bibliotheken volledig geïntegreerd. Twee weken geleden werden die plannen goedgekeurd en kregen we de subsidiebedragen voor 2027. Nu wordt er plots met de botte bijl 30% geschrapt, al vanaf 1 januari, binnen amper drie maanden. Zo toont de Vlaamse overheid weinig respect voor het werk van onze gemeenten, medewerkers en partners, en ondergraaft ze haar eigen betrouwbaarheid.
Voor veel gemeenten gaat dit niet om werkingsmiddelen waar hier en daar nog wat in te schuiven valt. Deze subsidies betalen de lonen van de mensen achter onze bibliotheken en ons cultuuraanbod: de bibliothecarissen die klassen ontvangen, de medewerkers die boekenpakketten samenstellen voor jonge gezinnen en elke week voorlezen aan kleuters, de begeleiders van de conversatietafels. En de cultuurbeleidscoördinatoren die samen met lokale kunstenaars en onze gemeenschapscentra voorstellingen, concerten en buurtactiviteiten op poten zetten. Zij zorgen ervoor dat het Nederlands zichtbaar en levendig blijft in onze wijken. Een besparing van 30% betekent dat een deel van die mensen moet vertrekken, en dat wat zij doen verdwijnt.
Wij vragen u daarom om af te zien van deze besparing. Niet om ze te spreiden of uit te stellen, maar om ze niet door te voeren. We gaan graag met u in gesprek over de toekomst van het lokaal cultuurbeleid in Brussel, in de overtuiging dat een goedgekeurd plan ook uitgevoerd kan worden zoals afgesproken.
Ook in Brussel verdient cultuurbeleid vertrouwen, continuïteit en perspectief.







Comments